ECLI:NL:RBDHA:2023:15146

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 oktober 2023
Publicatiedatum
9 oktober 2023
Zaaknummer
C-09-652703-HA ZA 23-741
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 lid 1 RvArt. 285 lid 2 RvArt. 209 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voeging dagvaardingsprocedure met verzoekschriftprocedure

In deze civiele bodemzaak vordert eiseres de voeging van haar dagvaardingsprocedure met een lopende verzoekschriftprocedure bij dezelfde rechtbank. De rechtbank overweegt dat artikel 222 lid 1 Rv Pro alleen ziet op voeging van dagvaardingsprocedures en artikel 285 lid 2 Rv Pro op verzoekschriftprocedures. Er bestaat geen wettelijke basis voor het voegen van een dagvaardingsprocedure met een verzoekschriftprocedure.

De rechtbank wijst het verzoek tot voeging af en veroordeelt eiseres in de proceskosten van de tegenpartijen. Daarnaast is het incident tot voorlopige voorziening verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan.

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van procesrechtelijke regels omtrent voeging en benadrukt dat de wetgever geen voorziening heeft getroffen voor het combineren van verschillende proceduretypen. Dit leidt tot afwijzing van het verzoek en kostenveroordeling voor eiseres.

Uitkomst: Het verzoek tot voeging van de dagvaardingsprocedure met de verzoekschriftprocedure wordt afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/652703 / HA ZA 23-741
Vonnis in het voegingsincident van 4 oktober 2023 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiseres], te [plaats 1] ,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. G.G.J.A. Knoops te Amsterdam,
tegen

1.DE STAAT DER NEDERLANDEN, te Den Haag,

gedaagde in de hoofdzaak,
verweerder in het voegingsincident,
advocaat mr. R.W. Veldhuis te Den Haag,
2.
HOFFMANN BEDRIJFSRECHERCHE B.V., te Almere,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het voegingsincident,
advocaat mr. J.J. Gevers te Groningen,
3.
[gedaagde 3], te [plaats 1] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerder in het voegingsincident,
advocaat mr. T. Barkhuysen te Amsterdam,
4.
[gedaagde 4], te [plaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het voegingsincident,
advocaat mr. T. Barkhuysen te Amsterdam,
5.
[gedaagde 5], te [plaats 3] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerder in het voegingsincident,
advocaat mr. T. Barkhuysen te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] , de Staat, Hoffman, [gedaagde 3] , [gedaagde 4] en [gedaagde 5] genoemd worden. [gedaagde 3] , [gedaagde 4] en [gedaagde 5] worden samen ook aangeduid met [gedaagde 3 c.s.] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • vijf exploten van dagvaarding, tevens houdende incidentele vorderingen tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv Pro en tot voeging op grond van artikel 222 Rv Pro;
  • de akte overlegging producties van [eiseres] van 30 augustus 2023, met producties 1-65;
  • de akte rectificatie en aanvulling producties van [eiseres] van 30 augustus 2023, met producties 66-68;
  • de akte toelichting ontvankelijkheid verzoekschrift (AVG) van [eiseres] van 13 september 2023;
  • de incidentele conclusies van antwoord in het incident tot voeging van de Staat, Hoffman en [gedaagde 3 c.s.] . van 13 september 2023;
  • de brief van mr. Knoops van 22 september 2023;
  • het e-mailbericht van de rechtbank van 26 september 2023;
  • de akte van [eiseres] van 27 september 2023.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling

in het voegingsincident

2.1.
[eiseres] vordert dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige verzoekschriftprocedure met zaaknummer C09/652193 / HA RK-23-326.
2.2.
De Staat, Hoffman [gedaagde 3] , [gedaagde 4] en [gedaagde 5] hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Artikel 222 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waarop [eiseres] zich beroept, ziet op dagvaardingsprocedures, dus zaken die worden ingeleid met een dagvaarding. Dat artikellid bepaalt dat zaken kunnen worden gevoegd die voor dezelfde rechter tussen dezelfde partijen en over hetzelfde onderwerp aanhangig zijn, of die met elkaar verknocht zijn. Een soortgelijke regeling bestaat voor verzoekschriftprocedures in artikel 285 lid 2 Rv Pro. Er bestaat echter geen wettelijke grondslag voor het voegen van een dagvaardingsprocedure met een verzoekschriftprocedure. Dit leidt ertoe dat de vordering in het incident zal worden afgewezen.
2.4.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van de Staat, Hoffman en [gedaagde 3 c.s.] . worden begroot op ieder € 598 aan salaris advocaat (één punt à € 598, volgens tarief II).
in de hoofdzaak en het incident tot voorlopige voorziening
2.5.
[eiseres] heeft (in hoofdstuk VI van de dagvaarding) verzocht om vooruitlopend op de hoofdzaak te beslissen op het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dat heeft volgens [eiseres] spoed omdat zij verwacht dat het onderzoek dat zij jegens haar onrechtmatig acht binnen korte termijn zal worden afgerond en gepubliceerd.
2.6.
Op een incidentele vordering wordt, indien de zaak dat meebrengt, eerst en vooraf beslist (artikel 209 Rv Pro). Naar het oordeel van de rechtbank is dat hier aan de orde. Daarom zal de zaak worden verwezen naar de rolzitting van 18 oktober 2023 voor antwoord in het incident.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
in het voegingsincident
3.1.
wijst het gevorderde af;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, aan de zijde van de Staat, Hoffman en [gedaagde 3 c.s.] . begroot op ieder € 598;
in het incident tot voorlopige voorziening
3.3.
verwijst de zaak naar de rol van 18 oktober 2023 voor antwoord in het incident;
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2023. [1]

Voetnoten

1.type: 1554