ECLI:NL:RBDHA:2023:15179

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 mei 2023
Publicatiedatum
9 oktober 2023
Zaaknummer
NL22.21835
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure

Verzoekster is op 26 oktober 2022 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op haar aanvraag. Op 10 maart 2023 heeft de verweerder alsnog een beslissing genomen. Hierna heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslissing te laat is genomen en dat verzoekster recht heeft op een vergoeding van proceskosten. Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot vergoeding. Omdat verzoekster een professionele juridische hulpverlener inschakelde, is het vaste bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht van toepassing.

Gezien het feit dat de zaak enkel ging over de overschrijding van de beslistermijn, is een wegingsfactor van 0,5 toegepast. Er zijn geen overige kosten vastgesteld die vergoed kunnen worden. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan verzoekster.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.21835
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.J. Schüller), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoekster is op 26 oktober 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Op 10 maart 2022 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op haar aanvraag. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van eiser en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van eiser te betalen.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoekster in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen.
6. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een
bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
O.G. Hulsman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 mei 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.