ECLI:NL:RBDHA:2023:1518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen kennelijk ongegronde afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in de verlengde procedure is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 6 september 2022. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij eerdere uitspraak van 16 december 2022 (zaaknummer NL22.17926) is het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en griffier R. de Mul, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kennelijk ongegronde afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen.