ECLI:NL:RBDHA:2023:15229
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing geldvordering wegens niet aannemelijk gemaakte schade na stopzetting verbouwing
Eiser en VM Bouw sloten een overeenkomst voor verbouwingswerkzaamheden aan de woning van eiser. VM Bouw beëindigde de werkzaamheden voortijdig op 24 april 2023, waarna eiser schadevergoeding vorderde wegens hogere kosten voor voortzetting en herstelwerkzaamheden.
De voorzieningenrechter constateert dat VM Bouw toerekenbaar tekort is geschoten en in verzuim verkeert sinds de stopzetting. Eiser heeft de nakoming omgezet in een vordering tot schadevergoeding conform artikel 6:87 BW Pro.
Echter is onvoldoende aannemelijk geworden welke kosten redelijkerwijs nodig zijn om de verbouwing af te ronden of herstelwerkzaamheden te verrichten. De offertes van derden verschillen aanzienlijk en zijn onvoldoende gespecificeerd. Ook de stellingen over gebreken zijn niet met bewijs onderbouwd.
Daarom kan niet worden vastgesteld of en in welke omvang eiser schade lijdt. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de schade.