ECLI:NL:RBDHA:2023:15230

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2023
Publicatiedatum
10 oktober 2023
Zaaknummer
NL22.23793
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, omdat dat niet noodzakelijk werd geacht.

De kern van het geschil is dat verweerder niet binnen de reguliere termijn heeft beslist. Echter, sinds 27 september 2022 geldt een besluit dat de beslistermijnen voor asielaanvragen die vóór 1 januari 2023 zijn ingediend en nog niet waren verstreken op die datum, met negen maanden verlengt. De aanvraag van eiseres valt onder dit besluit, waardoor de beslistermijn nog niet was verstreken toen de ingebrekestelling werd ingediend.

De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling daarom prematuur was en niet aan de voorwaarden voldoet voor het indienen van een beroep op grond van niet tijdig beslissen, zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier O.G. Hulsman op 7 april 2023. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling door de verlengde beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht zaaknummer: NL22.23793
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S. Oukil),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 Het beroep is kennelijk ontvankelijk en gegrond. De rechtbank legt dit hieronder verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Sinds 27 september 2022 is het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren verstreken en die zijn ingediend vóór 1 januari 2023, met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvraag van eiser valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in zijn zaak is dus met negen maanden verlengd
.De termijn om te beslissen op zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende bij verweerder. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb
3 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. O.G. Hulsman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 april 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven