Eiseres was sinds 31 maart 2020 ziek gemeld en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij per 30 maart 2021 meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kon verdienen en beëindigde daarom haar uitkering per 20 juni 2021.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat haar klachten onderschat waren en de geduide functies niet passend waren. De rechtbank stelde vast dat het aan eiseres was om in beroep gemotiveerd aan te tonen waarom zij het niet eens was met het besluit, wat zij onvoldoende deed.
De verzekeringsarts B&B motiveerde de medische belastbaarheid overtuigend en zonder tegenstrijdigheden, waarbij geen aanwijzingen waren voor fors beperkende functiestoornissen. De arbeidsdeskundige B&B berekende dat eiseres met de geduide functies 100% van haar loon kon verdienen.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de uitkering beëindigde en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Broekhuis op 10 februari 2023.