Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 7 december 2022 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit verzoek werd samen met een andere zaak op 3 februari 2023 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was en verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat er inmiddels een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.25042) en dat daardoor het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier M.J.C. ten Hoopen en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.