ECLI:NL:RBDHA:2023:15358

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.16692
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 VWEUArrest Chavez-VilchezVreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsdocument wegens onvoldoende erkenning en afhankelijkheid kind

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de afgifte van een verblijfsdocument te weigeren op grond van artikel 20 van Pro het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 4 oktober 2023, waarbij eiser niet is verschenen.

De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond dat hij het kind heeft erkend, noch dat hij zorg- en opvoedtaken heeft verricht die meer dan marginaal zijn. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de moeder de omgang met het kind frustreert. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat het kind zodanig afhankelijk is van de vader dat het bij diens vertrek uit de EU het grondgebied zou moeten verlaten.

Op basis van deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van het verblijfsdocument. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16692
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Agayev),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Kanters).

Procesverloop

In het besluit van 11 mei 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de weigering tot afgifte van een verblijfsdocument op grond van artikel 20 van Pro het VWEU [1] en het arrest Chavez-Vilchez [2] ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 oktober 2023 in Breda op zitting behandeld. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Het ligt op de weg van eiser om duidelijk te maken dat aan de voorwaarden genoemd in paragraaf B10/2.2 van de Vc [3] is voldaan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht het standpunt heeft ingenomen dat niet is voldaan aan voorwaarden b, c en d.
2. Ten aanzien van voorwaarde b geldt dat eiser niet heeft aangetoond dat hij het kind heeft erkend.
3. Ten aanzien van voorwaarde c geldt dat nergens uit blijkt dat eiser zorg- en opvoedingstaken heeft verricht en dat dit meer dan marginale taken zijn. Ook is niet aannemelijk gemaakt of onderbouwd dat in het geval van eiser de moeder de omgang met het kind frustreert. Terecht heeft verweerder tegengeworpen dat eiser dat wel had kunnen onderbouwen. De onderbouwing zouden verklaringen kunnen zijn geweest van vrienden of huisgenoten de met hem mee gaan. Een contra-indicatie is dat uit de verklaring van de moeder zelf is af te leiden dat ze niet onwelwillend is om de omgang toe te staan.
4. Ten aanzien van de afhankelijkheid geldt dat de moeder steeds het kind heeft verzorgd. Niet is gebleken of aannemelijk gemaakt dat het kind zo afhankelijk is van vader dat bij vertrek van vader uit Europese Unie het kind het grondgebied van de Europese Unie zou moeten verlaten. Niet is aannemelijk gemaakt dat sprake is van een zodanige afhankelijkheid.
5. Verweerder heeft terecht de afgifte van het verblijfsdocument afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.
2.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.
3.Vreemdelingencirculaire 2000.