ECLI:NL:RBDHA:2023:15392

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 september 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
C/09/635722 / FA RK 22-6363
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking deskundigenonderzoek contra-expertise in gezagszaak minderjarigen

De rechtbank Den Haag behandelde op 7 september 2023 een zaak betreffende verzoeken van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over twee minderjarigen. Na eerdere aanhoudingen en onderzoeken is besloten tot een deskundigenonderzoek voor contra-expertise, waarbij de moeder recht heeft op een eigen deskundige volgens artikel 810a Rv.

De rechtbank heeft het NIFP verzocht te bemiddelen bij de benoeming van een onafhankelijke deskundige die onderzoek zal doen naar de persoonlijkheid, het verstandelijk vermogen en het functioneren van de moeder. Daarnaast zijn er meerdere onderzoeksvragen die door andere instellingen worden beantwoord. De moeder stemt in met het onderzoek en het gebruik van de onderzoeksresultaten in de procedure.

De kosten van het deskundigenonderzoek komen ten laste van het Rijk. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en verwacht dat het onderzoek binnen enkele maanden zal starten en afgerond worden. De beschikking is mondeling gegeven en later schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank beveelt het NIFP een onafhankelijke deskundige voor contra-expertise te benoemen en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/635722 / FA RK 22-6363 en C/09/635758 / FA RK 22-6391
Datum uitspraak: 7 september 2023

Beschikking van de enkelvoudige kamer

Deskundigenonderzoek voor contra-expertise

in de zaken naar aanleiding van de op 23 september 2022 ingekomen verzoeken van:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,hierna te noemen: de Raad,

betreffende de minderjarigen:
  • [naam01], geboren op [geboortedatum01] 2019 te [geboorteplaats01] ,
    hierna te noemen: [naam01] ;
  • [naam02], geboren op [geboortedatum02] 2020 te [geboorteplaats02] ,
    hierna te noemen: [naam02] ,
waarin de rechtbank als belanghebbenden heeft aangemerkt:

[naam03] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats01] ,
bijgestaan door advocaat mr. F. Pool te Rotterdam,

[naam04] en [naam05] ,hierna te noemen: de gezinshuisouders,wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Het procesverloop

Bij beschikking van 4 januari 2023 zijn de verzoeken van de Raad tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder aangehouden in afwachting van een onderzoek van een deskundige. Daarbij is aan de belanghebbenden verzocht om vóór 1 maart 2023 schriftelijk te reageren op de onderzoeksvragen en met een (bij voorkeur gezamenlijk) voorstel te komen voor de te benoemen deskundige. Voor een overzicht van het procesverloop tot
4 januari 2023 en de feiten in deze zaak wordt verwezen naar voornoemde beschikking.
Naar aanleiding van deze beschikking heeft de rechtbank kennisgenomen van:
  • de brief van de Raad van 10 februari 2023;
  • de brief van de gecertificeerde instelling van 23 februari 2023, ontvangen op 27 februari 2023.
Bij beschikking van 13 maart 2023 is aan de gecertificeerde instelling verzocht de door partijen voorgestelde deskundigen te benaderen voor het verrichten van een onderzoek ter beantwoording van de in die beschikking vermelde vragen en, zo nodig, een begroting te verstrekken. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
Bij brief van 30 maart 2023, door de rechtbanken ontvangen op 3 april 2023, heeft de gecertificeerde instelling de rechtbank geïnformeerd over de reactie van de benaderde deskundigen.
Bij brief van 16 mei 2023 heeft de rechtbank partijen een brief gestuurd met het verzoek aan de gecertificeerde instelling om de Horizon nogmaals te benaderen ter beantwoording van de onderzoeksvragen 3 t/m 6 en het verzoek aan de advocaat om de rechtbank te informeren over de voortgang ten aanzien van onderzoeksvraag 1.
Nadien heeft de rechtbank ook kennisgenomen van:
  • de brief van de gecertificeerde instelling van 13 juni 2023, ontvangen op 16 juni 2023;
  • de brief van de advocaat van de moeder van 14 juni 2023, ontvangen op die datum;
  • de brief van de advocaat van de moeder van 6 september 2023, ontvangen op die datum.
Op 7 september 2023 is de mondelinge behandeling van de zaak met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:
  • [naam06] namens de Raad;
  • de moeder met haar advocaat;
  • [naam07] namens de gecertificeerde instelling.
De gezinshuisouders zijn opgeroepen, maar met voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen.
Na de zitting heeft de rechtbank nog kennisgenomen van:
- de brief van de gecertificeerde instelling van 30 augustus 2023, met bijlagen, ontvangen op 1 september 2023.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij beschikking van 4 januari 2023 reeds geoordeeld dat het verzoek van de moeder tot het verrichten van een deskundigenonderzoek voor contra-expertise, zoals bedoeld in artikel 810a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ter zake dienend is en dat de moeder daar recht op heeft.
Als de rechtbank een deskundige wil benoemen dan wordt doorgaans het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) verzocht te bemiddelen en een deskundige voor te dragen. In overleg met partijen en in het belang van deze zaak is echter gezocht naar alternatieve mogelijkheden om een onafhankelijke beantwoording van de overeengekomen onderzoeksvragen te verkrijgen.
WSGV en Vigere zijn bereid gevonden om onderzoeksvraag 2 te beantwoorden. WSGV is tevens bereid gevonden onderzoeksvragen 3 tot en met 6 te beantwoorden en daarvoor een onafhankelijk perspectiefonderzoek uit te voeren. Dat onderzoek kan binnen ongeveer drie maanden aanvangen en zal dan nog ongeveer drie maanden duren. Ter zitting hebben alle aanwezige partijen hiermee ingestemd.
Ter zitting van 7 september 2023 is verder besproken dat de rechtbank voor de beantwoording van onderzoeksvragen 1 en 6 alsnog het NIFP zal vragen te bemiddelen en een deskundige voor te dragen. Voor onderzoeksvraag 1 is psychodiagnostisch onderzoek van de moeder vereist. Meer specifiek gaat het om een onderzoek naar haar persoonlijkheid en capaciteiten, waaronder haar cognitieve vaardigheden.
De rechtbank zal aldus het NIFP vragen zo spoedig mogelijk een deskundige voor te dragen die bereid is de onderzoeksopdracht (zie hierna) te aanvaarden en de kosten van het onderzoek te begroten. De kosten van de deskundige zullen te zijner tijd ten laste van het Rijk worden gebracht, een en ander zoals bepaald in artikel 810a, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De deskundige wordt verzocht antwoord te geven op de onderzoeksvragen:
  • Hoe kan de persoonlijkheid, het verstandelijk vermogen en het functioneren van de moeder worden beschreven?
  • In hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in de onderzoeksvragen, maar wel van belang zijn met betrekking tot de ontwikkeling en opvoeding van het kind en/of bij eventueel te nemen beslissingen?
De rechtbank laat de inrichting van het onderzoek aan de deskundige over, met dien verstande dat de ‘leidraad deskundige in civiele zaken’ in acht wordt genomen, zoals gepubliceerd op rechtspraak.nl.
De moeder heeft verklaard dat zij bereid is:
  • in te stemmen met de door het NIFP voor te dragen deskundige (behoudens gerede twijfel aan diens deskundigheid, voorafgaand aan het onderzoek schriftelijk en met redenen omkleed aan de rechtbank kenbaar te maken);
  • aan het onderzoek door de deskundige mee te werken;
  • ermee in te stemmen dat aan de deskundige het volledige dossier in deze zaak aan de deskundige wordt overgelegd;
  • ermee in te stemmen dat de onderzoeksresultaten door de deskundige aan de rechtbank worden overgelegd en gebruikt worden voor de verdere beslissing in deze zaak.
Daarom zal nu als volgt worden beslist.

Beslissing

De rechtbank:
verzoekt het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, [NIFP]
om te bemiddelen bij de benoeming van (een) onafhankelijke deskundige(n) voor het verrichten van een onderzoek ter beantwoording van de in deze beschikking vermelde vraag en een begroting te verstrekken;
gelast de griffier een afschrift van de beschikkingen in deze procedure en een kopie van de processtukken te doen toe komen aan het NIFP;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2023 door mr. O.F. Bouwman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Viezee als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 27 september 2023.