ECLI:NL:RBDHA:2023:15411
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris had een verzoek tot terugname aan Oostenrijk gedaan, dat op 5 juni 2023 werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij voor zijn broer zorgt en dat overdracht naar Oostenrijk tot onevenredige hardheid leidt vanwege een afhankelijkheidsrelatie en de medische situatie van zijn broer. De rechtbank oordeelt echter dat eiser deze omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd met documenten. De staatssecretaris hoefde daarom artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening niet toe te passen.
Voorts stelde eiser dat de procedure oneerlijk was door te weinig tijd om documenten te verzamelen, en dat sprake was van schending van artikel 6 EVRM Pro en artikelen 3:2 en 3:46 Awb. De rechtbank verwerpt dit standpunt omdat eiser geen aannemelijke redenen gaf waarom het aanleveren van documenten langer zou duren en geen documenten heeft overgelegd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de staatssecretaris in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.