ECLI:NL:RBDHA:2023:15414
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verwijzing naar Oostenrijk
Verzoeker, van Tunesische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van het Dublin-verdrag, omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 9 oktober 2023, waarbij de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde niet.
De rechtbank sloot het onderzoek ter zitting en overwoog dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL23.18919) reeds was beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.