ECLI:NL:RBDHA:2023:15417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris had dit besluit genomen omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de aanvraag.
Tijdens de zitting was de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig, maar eiser en zijn gemachtigde waren afwezig. De rechtbank onderzocht of eiser nog procesbelang had. Uit vaste jurisprudentie volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder de staatssecretaris te informeren, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde.
De staatssecretaris gaf aan dat eiser sinds 14 september 2023 met onbekende bestemming was vertrokken en de gemachtigde bevestigde geen contact meer te hebben ondanks pogingen. De rechtbank concludeerde dat eiser geen procesbelang meer had en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.