ECLI:NL:RBDHA:2023:15427

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
SGR 22/6348
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk

Eiseres was tot juli 2020 werkzaam als productiemedewerkster tomaten en meldde zich ziek waarna zij een Ziektewetuitkering ontving. Na beëindiging van de ZW-uitkering in oktober 2021 en het verkrijgen van een WW-uitkering, meldde zij zich opnieuw ziek in december 2021. Het UWV beëindigde vervolgens haar ZW-uitkering per 28 februari 2022 op grond van een medisch rapport dat haar arbeidsgeschiktheid voor haar eigen werk vaststelde.

Eiseres voerde aan niet te kunnen werken vanwege pijnklachten en vermoeidheid, ondersteund door medische verklaringen van verschillende behandelaren. De rechtbank beoordeelde de medische situatie op de peildatum 28 februari 2022 en stelde vast dat de verzekeringsarts het medisch beeld overtuigend had gemotiveerd, geen objectieve aanwijzingen voor verdere beperkingen vond en de diagnose van de acupuncturist niet gangbaar was.

De rechtbank benadrukte dat in de ZW-beoordeling niet de subjectieve klachten, maar de objectief medisch onderbouwde beperkingen doorslaggevend zijn. Gezien het ontbreken van voldoende medische onderbouwing voor extra beperkingen, concludeerde de rechtbank dat eiseres geschikt is voor haar eigen werk. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht niet vergoed.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 28 februari 2022 wegens geschiktheid voor eigen werk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/6348

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(hierna: het UWV), verweerder
(gemachtigde: mr. B.M. de Wolff).

Inleiding

Het UWV heeft de uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) van eiseres beëindigd, omdat eiseres vanaf 28 februari 2022 weer arbeidsgeschikt is voor haar eigen werk.
In bezwaar is het UWV bij dit besluit gebleven.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen deze beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) van 26 augustus 2022.
Het UWV heeft op het beroep en op een vraag van de rechtbank gereageerd met een verweerschrift en een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts B&B).
Met (stilzwijgende) toestemming van partijen is een zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Wat ging aan deze procedure vooraf

1. Eiseres is voor het laatst werkzaam geweest als productiemedewerkster tomaten voor gemiddeld 41,62 uur per week. Op 24 juni 2020 heeft zij zich ziekgemeld voor deze werkzaamheden. Het dienstverband is per 6 juli 2020 beëindigd en het UWV heeft eiseres met ingang van die datum een ZW-uitkering toegekend.
2. Het UWV heeft de ZW-uitkering per 15 oktober 2021 beëindigd, omdat eiseres op 23 juni 2021 meer dan 65% kan verdienen van het loon dat ze verdiende voordat ze ziek werd. Hierna heeft het UWV eiseres een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) toegekend.
3. Eiseres heeft zich op 9 december 2021 opnieuw ziekgemeld. Hierna heeft het UWV de besluiten genomen die in de inleiding zijn genoemd.

Wat vindt het UWV

4. Het UWV vindt dat eiseres vanaf 28 februari 2022 weer arbeidsgeschikt is voor haar eigen werk en heeft daarom besloten om de ZW-uitkering met ingang van diezelfde datum te beëindigen.
5. Het UWV heeft de medische grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een verzekeringsarts B&B van 23 augustus 2022.

Wat vindt eiseres

6. Eiseres is het niet eens met het UWV. Zij stelt dat ze niet kan werken, omdat ze uiteenlopende pijn heeft en vermoeid is. Eiseres vreest verslechtering van haar gezondheid bij lichamelijk werk. Eiseres heeft een uitgebreide beschrijving van haar klachten en behandelingen overgelegd, samen met informatie van verschillende behandelaren, waaronder de acupuncturist, fysiotherapeut, radioloog, huisarts, orthopedisch chirurg.

Wat vindt de rechtbank

7. De vraag is of het UWV de ZW-uitkering van eiseres terecht per 28 februari 2022 heeft beëindigd, omdat eiseres geschikt is voor haar eigen werk. Het gaat hierbij om de in 2021 geduide functies. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiseres op 28 februari 2022 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
Medische grondslag van het bestreden besluit
8. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts B&B de medische belastbaarheid van eiseres op 28 februari 2022 in het rapport op inhoudelijk overtuigende wijze en zonder tegenstrijdigheden heeft gemotiveerd. De verzekeringsarts B&B heeft eiseres tijdens een spreekuur gesproken en onderzocht. Ook heeft hij informatie opgevraagd bij de huisarts. Verder heeft hij de door eiseres ingebrachte informatie meegenomen in zijn beoordeling. De verzekeringsarts B&B ziet geen reden om af te wijken van de door de primaire verzekeringsarts vastgestelde arbeidsongeschiktheid. Er zijn geen somatische, anatomische of structurele afwijkingen vastgesteld voor de pijnklachten aan de linker en rechter elleboog en schouder. De diagnose gesteld door de acupuncturist is niet gangbaar in de reguliere medische sector. In de geduide functies, die het eigen werk van eiseres vormen, is rekening gehouden met een verminderde lichamelijke belastbaarheid. Ten aanzien van de psychische klachten zijn er volgens de verzekeringsarts B&B onvoldoende aanwijzingen dat eiseres op 28 februari 2022 een psychische stoornis had, waardoor ze arbeidsongeschikt zou zijn voor de geduide functies.
9. In reactie op de door eiseres in beroep ingebrachte informatie heeft het UWV in haar verweerschrift van 13 oktober 2022, en de verzekeringsarts B&B in het rapport van 9 juni 2023, gesteld dat deze informatie geen aanleiding geeft om het standpunt te wijzigen. De informatie was al bekend of er volgt uit de informatie geen overtuigende geobjectiveerde medische afwijkingen, die aanleiding geven om meer beperkingen aan te nemen voor de belastbaarheid van eiseres op 28 februari 2022. De verzekeringsarts B&B blijft bij zijn standpunt dat eiseres geschikt is voor haar eigen werk, zijnde de geduide functies.
10. In de verzekeringsgeneeskundige beoordeling kan niet uitsluitend worden afgegaan op hoe eiseres haar klachten zelf ervaart. In de systematiek van de ZW-beoordeling zijn niet de ervaren klachten of de diagnose doorslaggevend, maar de mate waarin beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid als gevolg van die klachten objectief medisch kunnen worden onderbouwd. Zonder afbreuk te willen doen aan de door eiseres ervaren impact van haar klachten op het dagelijks leven, merkt de rechtbank op dat er geen medisch objectieve onderbouwing is voor verdergaande beperkingen op 28 februari 2022.
11. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres op 28 februari 2022 in staat moet worden geacht haar eigen werk, zijnde de geduide functies, te verrichten.

Conclusie en gevolgen

12. Het UWV heeft terecht besloten om per 28 februari 2022 de ZW-uitkering van eiseres te beëindigen, omdat zij geschikt is voor haar eigen werk.
13. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dit betekent dat zij geen gelijk krijgt. Omdat eiseres in beroep geen gelijk krijgt, wordt het door haar gemaakte betaalde griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 12 oktober 2023 door mr. M.A. Broekhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.