ECLI:NL:RBDHA:2023:15427
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Eiseres was tot juli 2020 werkzaam als productiemedewerkster tomaten en meldde zich ziek waarna zij een Ziektewetuitkering ontving. Na beëindiging van de ZW-uitkering in oktober 2021 en het verkrijgen van een WW-uitkering, meldde zij zich opnieuw ziek in december 2021. Het UWV beëindigde vervolgens haar ZW-uitkering per 28 februari 2022 op grond van een medisch rapport dat haar arbeidsgeschiktheid voor haar eigen werk vaststelde.
Eiseres voerde aan niet te kunnen werken vanwege pijnklachten en vermoeidheid, ondersteund door medische verklaringen van verschillende behandelaren. De rechtbank beoordeelde de medische situatie op de peildatum 28 februari 2022 en stelde vast dat de verzekeringsarts het medisch beeld overtuigend had gemotiveerd, geen objectieve aanwijzingen voor verdere beperkingen vond en de diagnose van de acupuncturist niet gangbaar was.
De rechtbank benadrukte dat in de ZW-beoordeling niet de subjectieve klachten, maar de objectief medisch onderbouwde beperkingen doorslaggevend zijn. Gezien het ontbreken van voldoende medische onderbouwing voor extra beperkingen, concludeerde de rechtbank dat eiseres geschikt is voor haar eigen werk. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht niet vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 28 februari 2022 wegens geschiktheid voor eigen werk.