Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 oktober 2023 in de zaak tussen
[verzoeker 1], [verzoeker 2], [verzoeker 3] en [verzoeker 4], verzoekers 1
2.
[verzoekster], verzoekster 2,
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer verleende omgevingsvergunning voor het vellen van twee Hollandse Iepen aan de Dunantstraat. Het college had de vergunning verleend op basis van een verwijderingsbelang vanwege overmatige schaduwoverlast en een belangenafweging conform het Bomenbeleid.
De voorzieningenrechter constateert dat de motivering van het college tekortschiet. Zo is onvoldoende onderbouwd welk effect het omwaaien van een boom heeft op de bezonningssituatie en is onvoldoende aangetoond dat sprake is van ernstige hinder van lichttoetreding. Daarnaast is de belangenafweging niet conform het Bomenbeleid uitgevoerd, omdat alternatieven zoals snoeien niet adequaat zijn onderzocht en de belangen van omwonenden onvoldoende zijn meegewogen.
Gezien deze gebreken in de motivering en belangenafweging wordt het bestreden besluit en het primaire besluit geschorst tot aan de uitspraak op de ingestelde beroepen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekster 2.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de vergunning voor het kappen van de twee bomen wordt geschorst.