Verzoeksters hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende besluit tot omgevingsvergunning voor het kappen van 347 bomen en verplanten van 7 bomen op een perceel in Den Haag. Het college had de vergunning verleend op 19 december 2022 en dit besluit op 2 augustus 2023 in stand gehouden na bezwaar.
De vergunning is verleend in het kader van de aanleg van een waterbergingsgebied met een tweede watertoevoer, waarvoor diverse onderzoeken zijn uitgevoerd, waaronder een boomeffectanalyse en ecologische quickscans. Verzoeksters stellen dat het college onrechtmatig heeft gehandeld door niet tevens een aanvraag voor afwijking van het bestemmingsplan in te dienen, en dat het besluit strijdig is met diverse wettelijke bepalingen, waaronder de Omgevingsverordening Zuid-Holland en de Wet natuurbescherming.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het kappen van de bomen onmiskenbaar afbreuk doet aan de ecologische en landschappelijke waarden van het gebied, dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland. Het bestemmingsplan staat het kappen van zoveel bomen niet toe zonder een afwijking. Het college had de aanvraag moeten aanvullen met een aanvraag voor afwijking van het bestemmingsplan. Door dit na te laten is het besluit onrechtmatig en zal het naar verwachting in beroep geen stand houden.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot aan de uitspraak op de beroepen. Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan verzoeksters.