ECLI:NL:RBDHA:2023:15493

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 oktober 2023
Publicatiedatum
13 oktober 2023
Zaaknummer
NL 23.5858
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 AwbBesluit Proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling Mauritaanse nationaliteit

Verzoeker, een vreemdeling van Mauritaanse nationaliteit, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af te wijzen.

Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de uitzetting zou schorsen tot op het bezwaar was beslist. De Staatssecretaris verzette zich niet tegen dit verzoek.

De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht sprake was van onverwijlde spoed en dat toewijzing van de voorlopige voorziening passend was. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van € 837.

De uitspraak werd gedaan door rechter CH de Groot en is openbaar gemaakt op 13 oktober 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen en uitzetting wordt geschorst tot op bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.5858

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

geboren op [geboortedatum],
van Mauritaanse nationaliteit,
V-nummer: [vnummer]
(gemachtigde: mr. L.M. Straver),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

In het besluit van 24 februari 2023 (primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag over de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
Op 25 februari 2023 heeft verzoeker hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij verzoekschrift van 25 februari 2023 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 5 oktober 2023 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.
3. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek toe;
  • gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoeker en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 837-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. CH de Groot, rechter, in aanwezigheid van
B. van der Wiel griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.