ECLI:NL:RBDHA:2023:15590
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang wegens woningmarktschaarste
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan om toegelaten te worden tot de maatschappelijke opvang, welke door het college van burgemeester en wethouders van Gouda is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege dreigende dakloosheid, maar dat verzoeker naar voorlopig oordeel in staat moet worden geacht zelf in zijn onderdak te voorzien. Dit oordeel baseerde de rechter op het feit dat verzoeker een WW-uitkering ontvangt en sinds 2017/2018 als woningzoekende staat ingeschreven, en dat het gebrek aan woonruimte vooral te wijten is aan schaarste op de woningmarkt in de regio.
De voorzieningenrechter benadrukte dat de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 niet bedoeld is om woningmarktschaarste op te lossen. Het verzoek om verlenging van de opvangtermijn werd daarom afgewezen. De rechter besloot dat er geen aanleiding was om een voorlopige voorziening toe te kennen en wees het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 2 oktober 2023 en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot verlenging van de maatschappelijke opvang wordt afgewezen.