ECLI:NL:RBDHA:2023:15591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing Dublinbesluit en interstatelijk vertrouwensbeginsel Polen
Eiser, een Oekraïense asielzoeker, stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Polen verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat zijn zienswijze niet was betrokken en dat Polen niet betrouwbaar is vanwege tekortkomingen in opvang en rechtsbescherming, onderbouwd met AIDA-rapporten.
De rechtbank oordeelde dat het niet betrekken van de zienswijze een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek oplevert, waardoor het beroep gegrond is. Desondanks blijft het Dublinbesluit in stand omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er een reëel risico is op onmenselijke behandeling.
De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen, verwijzend naar eerdere uitspraken en jurisprudentie. Ook concludeerde zij dat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die overdracht aan Polen onredelijk maken. De proceskosten werden aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens procedureel gebrek, maar het Dublinbesluit blijft in stand en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskosten.