ECLI:NL:RBDHA:2023:15604

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 oktober 2023
Publicatiedatum
17 oktober 2023
Zaaknummer
C/09/654424 / JE RK 23-1956
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens onveilige opvoedomgeving

In deze zaak verzoekt een gecertificeerde instelling om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010, wegens een onveilige opvoedomgeving bij de moeder. De moeder kan de veiligheid van het kind niet waarborgen door het escaleren van geweld vanuit de stiefvader, die ondanks veiligheidsafspraken nog steeds in de woning aanwezig is. Het kind voelt zich onveilig en is getuige en slachtoffer van het geweld.

De moeder voert verweer en ontkent dat het kind zich onveilig voelt; zij stelt dat het kind boos was vanwege een correctie en dat hij uit wraak bepaalde uitspraken heeft gedaan. De moeder wil dat het kind terugkeert en benadrukt de emotionele impact op de kinderen.

De kinderrechter oordeelt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, omdat de opvoedomgeving nog niet veilig is. De moeder is onvoldoende in staat het kind te beschermen tegen de stiefvader en heeft het geheime adres van haar woning aan hem gegeven. De situatie is ernstig en ondanks hulpverlening zijn de patronen van geweld niet doorbroken. Daarom wordt de machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden toegekend, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor drie maanden wegens onveilige situatie thuis.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/654424 / JE RK 23-1956
Datum uitspraak: 9 oktober 2023
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[naam01], geboren op [geboortedatum01] 2010 te [geboorteplaats01] , [geboorteland01] ,
hierna te noemen: [naam01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam02],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats01] ,
[naam03],
hierna te noemen: de vader,
zonder bekende woonplaats in Nederland, verblijvende te [verblijfplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij beschikking van 28 september 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging verleend om [naam01] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 28 september 2023 tot 11 oktober 2023. Het verzoek is voor het overige aangehouden tot deze mondelinge behandeling ter zitting.
1.2.
Het procesverloop blijkt uit de beschikking van 28 september 2023.
1.3.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, ondersteund door de tolk [A] ;
- [naam04] namens de gecertificeerde instelling.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt, na een mededeling van de jeugdbeschermer, vast dat de vader wel op de hoogte was van de zitting.
1.4.
De kinderrechter heeft [naam01] naar zijn mening gevraagd. [naam01] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter voorafgaand aan de zitting. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter, met goedkeuren van [naam01] , samengevat wat [naam01] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2.
Het verzoek
2.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van drie maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
2.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Zij kan niet meer de veiligheid van [naam01] waarborgen bij de moeder thuis. [naam01] heeft op 28 september aan zijn begeleider van [naam05] aangegeven dat hij zich onveilig voelt. Het geweld vanuit de stiefvader is de afgelopen periode steeds verder geëscaleerd en [naam01] is hier zowel getuige als slachtoffer van. Het lukt moeder niet om zich aan de veiligheidsafspraken te houden en de stiefvader van [naam01] komt nog steeds in de woning van de moeder. De kinderen worden door de moeder onvoldoende beschermd tegen het geweld. Daarnaast is [naam01] bang dat hij mee wordt genomen naar Duitsland en daar bij de vader wordt achtergelaten. [naam01] heeft geen opvoedingsrelatie met de vader en heeft slechts sporadisch telefonisch- of appcontact met hem. De moeder heeft bij de hulpverlening aangegeven dat zij haar kinderen mee wil nemen naar het buiteland. Ondanks intensieve hulpverlening van [naam05] en [naam06] is het niet gelukt om de patronen te doorbreken. De gecertificeerde instelling had gehoopt dit te bereiken door hulp in praktische zin aan te bieden aan de moeder, middels een huis met een geheim adres en een uitkering. Vanuit rust en regelmaat hadden dan verdere stappen ten aanzien van opvoedondersteuning genomen kunnen worden. De moeder heeft daarentegen vrijwel meteen het adres van haar nieuwe woning aan de stiefvader gegeven. Ter zitting geeft de gecertificeerde instelling aan dat op 1 oktober 2023 opnieuw sprake is geweest van een Veilig Thuis melding over de moeder en de stiefvader, waarbij de stiefvader weigerde de woning van de moeder te verlaten. [naam01] heeft éénmaal per week omgang met de moeder. De afgelopen keer duurde deze omgang ongeveer een uur, maar er is ruimte voor uitbreiding tot acht uur per week. In deze uitbreiding zal de behoefte van [naam01] leidend zijn. [naam06] heeft daarnaast aangegeven op dit moment te stoppen met de begeleiding van de moeder, omdat zij niet respectvol is geweest naar de hulpverlening en zij tegen hen uitspreekt geen begeleiding meer te willen. Ter zitting benadrukt de gecertificeerde instelling dat [naam01] niet alleen beschermd moet worden tegen het geweld, maar ook tegen het loyaliteitsconflict waar hij in zit ten aanzien van de moeder.

3.De standpunten

3.1.
De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzochte. Zij geeft aan dat de kinderen bij haar thuis veilig zijn en zij wil graag dat [naam01] terug naar huis komt. [naam07], het zusje van [naam01] mist haar broer ook enorm. Het klopt niet dat [naam01] zich onveilig voelde, hij was alleen boos op de moeder omdat hij gecorrigeerd werd doordat hij te lang bezig was met zijn telefoon. Hetgeen hij tegen de hulpverlening en de gecertificeerde instelling heeft gezegd, heeft hij gedaan uit wraak. In het verleden heeft hij al eerder bij haar aangegeven dat hij hetzelfde zou doen als zijn zus [naam08], die ook niet meer thuis woont. [naam01] heeft tegen de moeder gezegd dat hij graag terug naar huis wil en dat hij anders zelf terug naar huis zal lopen. De moeder is moe van de situatie en alleen de kinderen kunnen haar helpen in deze situatie.

4.De beoordeling

4.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
4.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Naar het oordeel van de kinderrechter kan [naam01] nog niet thuis wonen bij de moeder, omdat de opvoedomgeving nog steeds niet veilig is. Ondanks de veiligheidsafspraken tussen de moeder en de gecertificeerde instelling, is de stiefvader regelmatig in het huis aanwezig en de moeder is onvoldoende bij machte om [naam01] tegen hem te beschermen. De kinderrechter acht het zorgelijk dat de moeder ter zitting alleen lijkt terug te grijpen op één incident, dat volgens haar anders is verlopen, terwijl er de afgelopen periode sprake is geweest van meerdere gewelddadige situaties, waarvan [naam01] getuige dan wel onderdeel is geweest. Nadat [naam01] uit huis is geplaatst lijkt het wederom te zijn misgegaan en is er opnieuw een melding gedaan bij Veilig Thuis. De moeder lijkt onvoldoende te beseffen hoe ernstig de situatie is. De kinderrechter ziet dit bevestigt in het feit dat de moeder vrijwel direct het geheime adres van haar woning aan de stiefvader heeft gegeven. Daarentegen ziet de kinderrechter ook dat de situatie voor de moeder zwaar is en dat zij veel heeft te dragen. Zij woont in een land waar zij de taal niet spreekt en weinig mensen kent. In het belang van [naam01] en de andere kinderen is het essentieel dat de moeder meewerkt aan de hulpverlening zodat er stappen vooruit kunnen worden gezet, het patroon van geweld door de stiefvader doorbroken wordt en [naam01] weer terug bij de moeder kan wonen. Naar het oordeel van de kinderrechter is een termijn van drie maanden passend om te werken aan een veilige opvoedomgeving bij de moeder. De kinderrechter wijst dan ook het verzoek zoals verzocht toe.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 11 oktober 2023 tot 28 december 2023;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2023 door mr. N.I.S. Boers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 16 oktober 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.