Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verdere verloop van de procedure
Het verzoek
Rechtbank Den Haag
In deze zaak verzoekt een gecertificeerde instelling om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010, wegens een onveilige opvoedomgeving bij de moeder. De moeder kan de veiligheid van het kind niet waarborgen door het escaleren van geweld vanuit de stiefvader, die ondanks veiligheidsafspraken nog steeds in de woning aanwezig is. Het kind voelt zich onveilig en is getuige en slachtoffer van het geweld.
De moeder voert verweer en ontkent dat het kind zich onveilig voelt; zij stelt dat het kind boos was vanwege een correctie en dat hij uit wraak bepaalde uitspraken heeft gedaan. De moeder wil dat het kind terugkeert en benadrukt de emotionele impact op de kinderen.
De kinderrechter oordeelt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, omdat de opvoedomgeving nog niet veilig is. De moeder is onvoldoende in staat het kind te beschermen tegen de stiefvader en heeft het geheime adres van haar woning aan hem gegeven. De situatie is ernstig en ondanks hulpverlening zijn de patronen van geweld niet doorbroken. Daarom wordt de machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden toegekend, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor drie maanden wegens onveilige situatie thuis.