Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, hierna te noemen de gecertificeerde instelling.
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige voor de duur van drie maanden. De minderjarige kampt met een ontwikkelingsachterstand en heeft speciale opvoedbehoeften. De ouders kampen met persoonlijke problematiek: de vader met alcoholproblemen en de moeder met persoonlijkheidsproblematiek, waardoor zij onvoldoende beschikbaar zijn voor de zorg van het kind.
Sinds het uit elkaar gaan van de ouders in mei 2023 is de thuissituatie onrustig, met wisselende verblijfplaatsen voor het kind. Momenteel verblijft het kind bij de grootouders moederszijde, waar hij de benodigde stabiliteit en rust ervaart. De ouders zijn ambivalent over deze plaatsing, wat onrust veroorzaakt.
De moeder erkent haar emotionele problematiek maar wil niet dat het kind langdurig bij de grootouders verblijft vanwege hun streng religieuze opvoeding. De vader heeft recent een terugval gehad in zijn alcoholgebruik maar is momenteel abstinent en stemt in met een korte overbrugging.
De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat voor ondertoezichtstelling en dat een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is om acute bedreiging weg te nemen en het belang van het kind te dienen. De beschikking wordt voor drie maanden verleend met het oog op stabilisatie van de thuissituatie en het bevorderen van hulpverlening aan de ouders.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en machtigt uithuisplaatsing voor drie maanden wegens onstabiele thuissituatie en problematiek bij de ouders.