Eiser, een langdurig ingezetene met Pakistaanse nationaliteit, heeft meerdere aanvragen gedaan voor een verblijfsvergunning om in Nederland als zelfstandige te werken. De staatssecretaris heeft deze aanvragen telkens afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt.
Bij de huidige aanvraag heeft eiser onder meer een uittreksel van de Kamer van Koophandel en een ondernemingsplan overgelegd, maar geen vennootschapsovereenkomst. De rechtbank oordeelt dat zonder deze overeenkomst niet kan worden vastgesteld welk winstpercentage eiser ontvangt en of hij daadwerkelijk als zelfstandige werkt. De door eiser overgelegde bankafschriften tonen alleen inkomsten, maar niet de aard van de werkzaamheden.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft weerlegd dat hij niet als zelfstandige werkt en dat hij onvoldoende objectief verifieerbare stukken heeft ingediend. Daarom komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling of de middelen voldoende en duurzaam zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.