ECLI:NL:RBDHA:2023:15682
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak ongewenstverklaring vreemdeling
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een besluit genomen tot ongewenstverklaring van verzoeker, waarbij hij werd verzocht het land onmiddellijk te verlaten. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de bodemzaak op 10 oktober 2023. Gezien de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.22949) achtte de rechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Tevens waren er geen andere omstandigheden die toewijzing van de voorlopige voorziening rechtvaardigden.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier J.A. Hessels en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot ongewenstverklaring is afgewezen.