Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
28 september 2023 in de zaak tussen
mr. drs. [eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
mr. [naam 1] en [naam 2].
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 51,90;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
Wel is, naar eiser stelt en verweerder ook erkent, sprake van een schending van het hoorrecht in de bezwaarfase. Beide partijen hebben echter de rechtbank verzocht om de zaak niet terug te wijzen naar verweerder maar om zelf in de zaak te voorzien. Daarnaast geldt dat nádat verweerder uitspraak op het bezwaar heeft gedaan, er alsnog een hoorgesprek tussen eiser en verweerder heeft plaatsgevonden. Onder deze omstandigheden, in samenhang bezien met het feit dat verweerder naar het oordeel van de rechtbank de waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld, ziet de rechtbank in dit gebrek geen reden om het beroep gegrond te verklaren, omdat eiser door dit gebrek thans niet meer in zijn belangen is geschaad. De rechtbank passeert dit gebrek daarom met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het gebrek leidt er echter wel toe dat eiser recht heeft op vergoeding van proceskosten en het griffierecht.