ECLI:NL:RBDHA:2023:15730
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker heeft daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.23570), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Verder is bepaald dat verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.