ECLI:NL:RBDHA:2023:15746

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 oktober 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.20532
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b Vreemdelingenwet 2000Art. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid na nieuw asielrelaas

Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 juli 2023 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar verscheen niet bij de zitting op 4 oktober 2023. De rechtbank behandelde de zaak en deed direct uitspraak.

De rechtbank oordeelde dat eiser in zijn correcties en aanvullingen een nieuw asielrelaas had ingediend dat hij in het nader gehoor had moeten presenteren. De rechtbank verwierp het verweer dat eiser geen advocaat kon raadplegen tijdens het nader gehoor en concludeerde dat er voldoende gelegenheid was om het asielrelaas toe te lichten. Ook was er voldoende doorgevraagd over de motieven van eiser, waaronder sociaal-economische redenen.

Verder stelde de rechtbank vast dat het bestreden besluit een kennelijke verschrijving bevatte over het land van terugkeer, waarbij correct werd vastgesteld dat terugkeer naar Algerije moest plaatsvinden. De stelling van eiser dat Algerije geen veilig land van herkomst is en dat detentieomstandigheden mogelijk artikel 3 EVRM Pro schenden, werd door de rechtbank niet gevolgd. De asielaanvraag werd terecht afgewezen als kennelijk ongegrond en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.20532
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M. Rasul),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Hamzaoui).

Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 4 oktober 2023 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De asielaanvraag is kennelijk ongegrond verklaard omdat er geen asielrechtelijke zaken naar voren zijn gebracht.1 In de correcties en aanvullingen is er vervolgens een ander/nieuw asielrelaas naar voren gebracht en daarvan heeft verweerder gezegd dat eiser dit in het nader gehoor naar voren had moeten brengen. Daarnaast is geen deugdelijke of
1. Op grond van artikel 30b, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
verschoonbare verklaring gegeven waarom dit pas in de correcties en aanvullingen naar voren is gebracht. De rechtbank volgt verweerder hierin.
2. Eiser heeft nog naar voren gebracht dat er sprake is van een aanvulling, maar de rechtbank is met verweerder van mening dat er geen sprake is van een aanvulling maar een ander/nieuw asielrelaas. Daarnaast is nog naar voren gebracht door eiser dat dit niet in het nader gehoor naar voren is gebracht omdat eiser toen geen advocaat had kunnen raadplegen, maar daar gaat de rechtbank niet in mee. Uit het nader gehoor blijkt namelijk dat eiser de gelegenheid is geboden om zijn asielrelaas naar voren te brengen. Dus dat moet hem duidelijk zijn geweest.
3. Eiser heeft nog naar voren gebracht dat hij onvoldoende bevraagd is of dat er onvoldoende doorgevraagd is, maar daar gaat de rechtbank ook niet in mee. Het is namelijk zo dat uit het nader gehoor duidelijk blijkt dat er vragen zijn gesteld over zijn asielrelaas, dat hij naar voren heeft gebracht dat er sociaal-economische motieven zijn en dat ook toen is gevraagd of er nog andere redenen zijn. Die vraag heeft hij ontkennend beantwoord. Er is ook een checkvraag gesteld of dit alles is wat hij naar voren wilde brengen en daarop antwoordt eiser bevestigend. Daarmee is er dus ook voldoende doorgevraagd.
4. Er is nog gesproken over de terugkeer naar Marokko zoals dat in het bestreden besluit staat. Volgens verweerder is dit een kennelijke verschrijving geweest en daar gaat de rechtbank in mee. Het blijkt uit het bestreden besluit dat een terugkeer naar Algerije moet plaatsvinden en het bestreden besluit is ook daarop gericht. Dit is dus een kennelijke verschrijving.
5. Tot slot heeft eiser nog naar voren gebracht dat Algerije niet als een veilig land van herkomst kan worden aangemerkt en de detentieomstandigheden mogelijk een schending van artikel 3 van Pro het EVRM2 opleveren. Maar verweerder heeft naar de mening van de rechtbank terecht naar voren gebracht dat dit niet van toepassing is op de situatie van eiser.
6. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2023 door mr. H. Remerie, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier.
2 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR30615991

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.