ECLI:NL:RBDHA:2023:15746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid na nieuw asielrelaas
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 juli 2023 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar verscheen niet bij de zitting op 4 oktober 2023. De rechtbank behandelde de zaak en deed direct uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat eiser in zijn correcties en aanvullingen een nieuw asielrelaas had ingediend dat hij in het nader gehoor had moeten presenteren. De rechtbank verwierp het verweer dat eiser geen advocaat kon raadplegen tijdens het nader gehoor en concludeerde dat er voldoende gelegenheid was om het asielrelaas toe te lichten. Ook was er voldoende doorgevraagd over de motieven van eiser, waaronder sociaal-economische redenen.
Verder stelde de rechtbank vast dat het bestreden besluit een kennelijke verschrijving bevatte over het land van terugkeer, waarbij correct werd vastgesteld dat terugkeer naar Algerije moest plaatsvinden. De stelling van eiser dat Algerije geen veilig land van herkomst is en dat detentieomstandigheden mogelijk artikel 3 EVRM Pro schenden, werd door de rechtbank niet gevolgd. De asielaanvraag werd terecht afgewezen als kennelijk ongegrond en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.