ECLI:NL:RBDHA:2023:15788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, heeft meerdere malen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangevraagd met het doel als zelfstandige te werken bij verschillende eenmanszaken. Na vier eerdere afwijzingen en een inreisverbod, diende eiser op 16 juni 2022 zijn vijfde aanvraag in. Deze werd aanvankelijk niet in behandeling genomen vanwege een onjuist vermeld vorderingsnummer bij betaling van de leges.
Bij het bestreden besluit werd het bezwaar van eiser gegrond verklaard ten aanzien van de leges, maar de aanvraag inhoudelijk alsnog afgewezen als herhaalde aanvraag op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden (nova) waren gebleken. Eiser stelde dat hij wel alle vereiste documenten had overgelegd en dat hij onterecht pas in bezwaar inhoudelijk werd behandeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht pas in bezwaar inhoudelijk heeft beslist, conform artikel 7:11 van Pro de Awb, en dat eiser niet in aanmerking komt voor de vergunning omdat het ondernemingsplan en overige stukken onvoldoende zijn om van nova te spreken. Ook was er geen aanleiding om eiser alsnog de gelegenheid te geven ontbrekende documenten aan te leveren. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag verblijfsvergunning regulier is ongegrond verklaard.