Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 september 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit Marokko, eiser
de minister van Buitenlandse Zaken, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
Sociale en economische binding
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, heeft op 19 september 2022 een visum voor kort verblijf aangevraagd om familie in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van redelijke twijfel over het voornemen van eiser om tijdig terug te keren naar Marokko. De minister vond dat eiser onvoldoende economische en sociale binding met zijn land van herkomst had aangetoond.
Eiser voerde aan dat de minister een onjuiste toets hanteerde en dat ook andere persoonlijke omstandigheden een rol moeten spelen bij de beoordeling van het risico op illegaal verblijf. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht de sociale en economische binding als leidend heeft genomen en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een duurzame economische activiteit ontplooit. De overgelegde werkgeversverklaring en diploma’s boden geen overtuigend bewijs van een substantieel inkomen of duurzame arbeidsrelatie.
Ook de sociale binding werd onvoldoende onderbouwd. Eiser bracht pas tijdens de zitting naar voren dat hij zorgt voor zijn hoogbejaarde grootmoeder en ouders, en dat hij zijn moeder wil begeleiden naar Nederland. Deze omstandigheden waren niet eerder gemeld, waardoor de minister hier geen rekening mee kon houden. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het visum terecht is geweigerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende economische en sociale binding met Marokko.