ECLI:NL:RBDHA:2023:15837
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser, een Tunesische nationaliteit, diende beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen als kennelijk ongegrond. Tevens werd eiser opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en kreeg hij een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Tijdens de procedure bleek uit het digitale dossier dat eiser op 8 oktober 2023 zijn woonruimte had verlaten en met onbekende bestemming was vertrokken. Er was geen aanwijzing dat hij zich had gemeld bij relevante instanties zoals de IND, COa, AVIM of DT&V. Eiser en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting, terwijl de gemachtigde van de staatssecretaris wel aanwezig was.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen procesbelang meer had bij het beroep, omdat hij kennelijk geen prijs meer stelde op de bescherming die hij zocht. Het ontbreken van contact met zijn gemachtigde werd voor rekening van eiser gebracht. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, aangezien de hoofdzaak reeds was afgedaan.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Nieuwenhuis en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.