ECLI:NL:RBDHA:2023:15863

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.21964 en NL23.21966
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel in verlengde procedure

Verzoekers hebben twee afzonderlijke besluiten van 31 juli 2023 aangevochten waarin hun aanvragen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Zij hebben tevens een verzoek ingediend om voorlopige voorzieningen te treffen, inhoudende dat zij niet worden uitgezet voordat op hun beroepen is beslist.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht buiten zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank bij uitspraak in de zaken met nummers NL23.21963 en NL23.21965 reeds op de beroepen heeft beslist waarop deze verzoeken om voorlopige voorziening betrekking hebben, zijn voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk.

Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel worden afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.21964 en NL23.21966

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam verzoeker 1] , verzoeker, V-nummer: [V-nr.] , en

[naam verzoekster], verzoekster, V-nummer: [V-nr.]
mede namens hun minderjarige kinderen
[naam kind]en
[naam kind]
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. P.J.J.A. Hendriks),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 31 juli 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen, inhoudende dat zij niet worden uitgezet voordat op de beroepen is beslist.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaken met nummers NL23.21963 en NL23.21965 heeft de rechtbank beslist op de beroepen waarop deze verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. Om die reden worden de verzoeken als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.