ECLI:NL:RBDHA:2023:15870

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.21904
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.21904

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , verzoeker

v-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Bij besluit van 28 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.21903, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.