Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,00.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 8 maart 2023 in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld, welke op 11 juli 2023 werd opgeheven vanwege vervangende strafrechtelijke hechtenis. Op 21 juli 2023 legde verweerder opnieuw bewaring op. Eiser voerde aan dat hij tussen 08.00 en 11.40 uur onrechtmatig zonder geldige titel was opgehouden. Verweerder stelde dat er een doorlopende geldige titel was.
De rechtbank oordeelde dat het dossier geen bewijs gaf dat de strafrechtelijke detentie om 08.00 uur was geëindigd en verwierp dat standpunt. Ook verwierp de rechtbank het standpunt dat de detentie tot 11.40 uur duurde, omdat uit het dossier bleek dat de strafrechtelijke detentie om 11.05 uur eindigde, waarna eiser zonder geldige vreemdelingenrechtelijke titel 35 minuten werd opgehouden. Dit gebrek leidde echter niet tot onrechtmatigheid van de bewaring vanwege de korte duur en het belang van de maatregel.
Verder stelde eiser dat verweerder niet voldeed aan informatieverplichtingen bij het opleggen van de maatregel. Hoewel dit een formeel gebrek vormde, was eiser op de hoogte van zijn rechten en kreeg hij rechtsbijstand. De rechtbank vond dat dit gebrek niet opwoog tegen het belang van de bewaring.
De rechtbank bevestigde dat de gronden voor bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren, waaronder het ontbreken van een geldig reisdocument en eerdere onttrekking aan toezicht. Eiser voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Marokko, maar de rechtbank vond dat verweerder voldoende inspanningen verrichtte en dat eiser zelf medewerking kon verlenen.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat verweerder de psychische toestand van eiser had meegewogen en dat een lichter middel niet volstond. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.