ECLI:NL:RBDHA:2023:15900
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid bij eiswijziging
De wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van RA Horeca B.V. tot wraking van mr. M.E. Groeneveld-Stubbe, rechter in een civiele procedure. Verzoekster stelde dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt door het toestaan van een te late akte van de wederpartij en het afwijzen van haar verzoek tot uitstel.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren. Procedurele beslissingen kunnen geen grond voor wraking zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit anders maken. Verzoekster heeft niet onderbouwd dat er sprake is van een dergelijk uitzonderlijk geval.
Daarnaast is overwogen dat de rechter de eiswijziging conform artikel 130 Rv Pro heeft beoordeeld en verzoekster tijdens de zitting gelegenheid heeft gegeven haar bezwaar kenbaar te maken. Hierdoor is geen sprake van partijdigheid.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de hoofdprocedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen omdat geen sprake is van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.