ECLI:NL:RBDHA:2023:15907
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens misbruik van recht en procedurele beslissing
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer vanwege het niet aanhouden van een mondelinge behandeling. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek ongegrond is omdat het betrof een procedurele beslissing, die in beginsel geen grond voor wraking vormt. Er was geen sprake van vooringenomenheid en de wrakingskamer had nog geen beslissing genomen op het aanhoudingsverzoek.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoekster het wrakingsmiddel gebruikte om de voortgang van de procedure te frustreren, wat als misbruik van recht werd aangemerkt. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet meer in behandeling wordt genomen.
Het aanhoudingsverzoek werd eveneens afgewezen omdat de wrakingskamer zich voldoende had voorgelicht door het schriftelijke wrakingsverzoek. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek en het aanhoudingsverzoek worden afgewezen wegens misbruik van recht en gebrek aan grond voor wraking.