ECLI:NL:RBDHA:2023:1591

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 februari 2023
Publicatiedatum
14 februari 2023
Zaaknummer
NL22.26922
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 VwArt. 18 lid 1 sub b Dublinverordening (EU nr. 604/2013)Art. 69 lid 2 VwArt. 6:7 AwbArt. 6:8 lid 1 Awb
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen asielberoep na Dublin-besluit

Eiser, met Egyptische nationaliteit, diende op 10 augustus 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, nadat uit Eurodac bleek dat eiser daar op 1 september 2021 een verzoek om internationale bescherming had ingediend.

Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar deed dit op 30 december 2022, ruim na de wettelijke termijn van een week die op 2 december 2022 was verstreken. Hij voerde aan dat zijn blindheid en afhankelijkheid van zijn echtgenote hem verhinderden eerder te reageren, en dat hij niet kon worden overgedragen aan Italië vanwege zijn situatie.

De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Eiser had voldoende mogelijkheden om hulp te zoeken bij vrijwilligers of VluchtelingenWerk en kon zichzelf ook verzorgen ondanks zijn visuele beperking. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.26922
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser v-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. M.E.M. Jacquemard),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 24 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft op 30 december 2022 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 2 februari 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Sedrac. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Egyptische nationaliteit te bezitten. Hij heeft op 10 augustus 2022 een asielaanvraag in Nederland ingediend.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vw.1 Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 1 september 2021 in Italië een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Om deze reden heeft Nederland de Italiaanse autoriteiten gevraagd eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid en onder b, van de Dublinverordening.2 De Italiaanse autoriteiten hebben dit verzoek geaccepteerd.
3. Eiser voert in beroep aan dat zijn beroep ontvankelijk is, ondanks dat de beroepstermijnen zijn verstreken. Hij meent dat hij vanwege zijn blindheid niet eerder
1. Vreemdelingenwet 2000.
2 Verordening (EU) nr. 604/2013.
kennis heeft kunnen nemen van het bestreden besluit. Verder stelt eiser een echtgenote te hebben in Nederland, die inmiddels in de nationale asielprocedure opgenomen. Eiser is op de hulp van zijn echtgenote aangewezen en kan vanwege deze reden niet worden overgedragen aan Italië.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Op grond van artikel 69, tweede lid, van de Vw bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift, in afwijking van artikel 6:7 van Pro de Awb3, een week. Gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
5. Bekendmaking van een besluit geschiedt volgens artikel 3:41, eerste lid van de Awb door toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbende. Op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor afloop van de termijn is ontvangen. In artikel 6:11 van Pro de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift de niet-ontvankelijkheid vanwege de termijnoverschrijding achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
6. De termijn om beroep in te stellen tegen het bestreden besluit is aangevangen op 25 november 2022 en eindigde dus op 2 december 2022. Het beroepschrift van 30 december 2022 is daarom ruim buiten de in artikel 69, tweede lid, van de Vw bepaalde termijn van een week ingediend, zodat het beroep te laat is ingesteld. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
7. De rechtbank acht de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. De door eiser gestelde omstandigheid dat hij de hulp van het Coa4 had ingeroepen en dat het Coa hem weigerde te helpen, ontslaat eiser niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om verdere actie te ondernemen. Zo had eiser hulp kunnen vragen aan diverse vrijwilligers of aan VluchtelingenWerk. Bovendien heeft eiser bij aankomst in Nederland ook de nodige hulp kunnen vinden. Daarnaast verklaart eiser in zijn aanmeldgehoor niet blind, maar slechtziend te zijn. Hij zou ongeveer 120 tot 140 centimeter kunnen zien.5 Ook verklaart hij enige tijd zonder zijn vrouw te hebben geleefd, nu hij bijna een jaar later dan zij is aangekomen in Nederland. In deze periode heeft eiser kennelijk ook voor zichzelf kunnen zorgen.
8. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
3 Algemene wet bestuursrecht.
4 Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
5 Pagina 3, rapport aanmeldgehoor Dublin.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR24637623

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.