ECLI:NL:RBDHA:2023:15915

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.23210
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Verordening (EU) nr. 604/2013Art. 18 lid 1 onder b Verordening (EU) nr. 604/2013Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen overdrachtsbesluit Dublinverordening na uitzetting

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende op 31 januari 2022 een asielaanvraag in en werd op 27 juli 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 7 augustus 2023 besloot de staatssecretaris tot overdracht van eiser aan Duitsland op basis van de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij geen binding met Duitsland heeft en dat hij onterecht is uitgezet omdat hij niet op de hoogte was van een aanmeldgehoor.

De rechtbank vroeg de gemachtigde van eiser om te reageren op de mededeling dat eiser op 16 augustus 2023 daadwerkelijk was uitgezet. De gemachtigde stelde dat er nog steeds procesbelang bestaat. De rechtbank oordeelde echter dat het procesbelang is komen te vervallen omdat het bestreden besluit reeds is geëffectueerd en eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier I. Wolthuis en openbaar gemaakt op 23 oktober 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang na uitzetting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.23210

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedatum]
van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
hierna te noemen: eiser
(gemachtigde: mr. M.K. Bhadai),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2023 (het bestreden besluit) is aan eiser bericht dat hij, gelet op het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) zal worden overgedragen aan de autoriteiten van Duitsland.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tijdig gronden ingediend.
Bij brief van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris de rechtbank laten weten dat eiser op 16 augustus 2023 is uitgezet.
De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser op 5 oktober 2023 verzocht te reageren op de berichtgeving van de staatssecretaris. De gemachtigde van eiser heeft hierop gereageerd op 9 oktober 2023.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Daartoe overweegt zij als volgt.
2. Eiser heeft op 31 januari 2022 een asielaanvraag ingediend. Eiser is op 27 juli 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris de Duitse autoriteiten gevraagd om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening. Zij hebben hiermee ingestemd op 7 augustus 2023. De staatssecretaris heeft op 7 augustus 2023 bij het bestreden besluit bepaald dat eiser zal worden overgedragen aan Duitsland.
3. Eiser betoogt dat hij geen binding heeft met Duitsland en vrienden/familie heeft in Nederland. In het dossier is vermeld dat uit informatie van het COa blijkt dat eiser op of omstreeks 12 februari 2022 met onbekende bestemming is vertrokken. Daarnaast zou eiser niet zijn verschenen op zijn aanmeldgehoren op 4 en 8 februari 2022. Eiser stelt dat hij nimmer op de hoogte is geweest van een aanmeldgehoor. Hij heeft geen oproep ontvangen. Volgens eiser wisten de instanties waar hij was en was het bekend dat hij het verzoek om internationale bescherming wilde afwachten. Eiser stelt dat hij op basis van onjuiste informatie is uitgezet. Het had op de weg van de staatssecretaris gelegen om eiser tijdens de bewaringsdetentie nogmaals uit de nodigen voor een aanmeldgehoor.
3.1
In reactie op de berichtgeving van de staatssecretaris heeft de gemachtigde van eiser gesteld dat nog steeds procesbelang bestaat, ondanks dat eiser reeds (gedwongen) is uitgezet naar Duitsland.
4. Ambtshalve moet de rechtbank de vraag beantwoorden of eiser nog procesbelang heeft bij een inhoudelijk oordeel over zijn beroep, nu is gebleken dat het bestreden besluit reeds is geëffectueerd en eiser op 16 augustus 2023 is uitgezet naar Duitsland. Omdat de gemachtigde van eiser desgevraagd niet heeft geantwoord op de vraag welk belang van eiser nog gemoeid is met de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit en de rechtbank ook overigens niet van een dergelijk belang is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat het procesbelang is komen te vervallen, zodat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van I. Wolthuis, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.