ECLI:NL:RBDHA:2023:15957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten en de zaak inhoudelijk beoordeeld aan de hand van het dossier.
De rechtbank overweegt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was en richt zich nu op de rechtmatigheid sinds dat moment. Eiser stelt dat de verweerder niet voortvarend handelt en dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank constateert echter dat de staatssecretaris voldoende voortvarendheid betracht, onder meer door het indienen van een laissez-passer aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken met eiser.
Daarnaast is vastgesteld dat eiser zelf geen actie onderneemt om zijn terugkeer te bevorderen. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en concludeert dat het zicht op uitzetting niet is verdwenen. De ambtshalve toetsing leidt eveneens niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.