ECLI:NL:RBDHA:2023:15962
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid na bezwaar en beroep
Eiser, voormalig productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 55,08% per 28 september 2021, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten. Eiser voerde aan dat zijn beperkingen, onder meer door een hernia, spanningsklachten, medicatiegebruik, diabetes en hoge cholesterol, onderschat waren.
De rechtbank oordeelde dat de arts bezwaar en beroep (arts B&B) de medische situatie van eiser op overtuigende wijze had beoordeeld, waarbij alle klachten en beperkingen waren meegewogen. De ervaren klachten van eiser konden niet zonder objectieve medische onderbouwing leiden tot ruimere beperkingen. De arbeidsdeskundige B&B had passende functies gevonden die binnen de beperkingen van eiser vielen, ondanks enkele verschillen in motivering tussen bezwaar en beroep.
De rechtbank accepteerde de gewijzigde motivering op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiser niet benadeeld was en voldoende gelegenheid had gehad te reageren. De conclusie was dat het UWV terecht een WIA-uitkering had toegekend voor 55,08% arbeidsongeschiktheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit tot toekenning van een WIA-uitkering van 55,08% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.