ECLI:NL:RBDHA:2023:15984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen middelenvereiste en niet aannemelijk huwelijk
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij referent, die een verblijfsvergunning asiel heeft. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat referent niet voldeed aan het middelenvereiste, aangezien hij een uitkering ontvangt en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vrijgesteld is van de sollicitatieplicht. Ook werd het huwelijk tussen referent en eiseres 1 niet aannemelijk geacht vanwege tegenstrijdige verklaringen en twijfel over de registratie.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht het middelenvereiste hanteert en geen reden heeft om vrijstelling toe te passen. Daarnaast is het huwelijk niet aannemelijk gemaakt, mede door de wisselende verklaringen van referent en het ontbreken van een geldig geregistreerd huwelijk. De familierechtelijke relatie met eiseres 2 is eveneens niet aannemelijk.
Ten slotte heeft de staatssecretaris een belangenafweging gemaakt op grond van artikel 8 EVRM Pro, waarbij alle relevante omstandigheden zijn meegewogen. De rechtbank vindt deze afweging zorgvuldig en evenwichtig, waarbij het ontbreken van een beschermenswaardig gezinsleven en het economische belang van Nederland zwaar wegen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.