ECLI:NL:RBDHA:2023:16007
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- M.J. Alt-van Endt
- S.M. Krans
- A.M. Keulen
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter in belastingzaak ongegrond verklaard
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij de behandeling van belastingzaken met nummers SGR 21/302, SGR 21/303 en SGR 21/2752. Het verzoek betrof onder meer de beslissing van de rechter om de zaak niet direct aan te houden voor inzage in het FSV-dossier.
De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing van de rechter een procedurele aard had en dat dergelijke beslissingen in beginsel geen grond voor wraking kunnen vormen. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid opleverden. De overige aangevoerde gronden waren onvoldoende concreet en berustten op veronderstellingen.
Verder constateerde de wrakingskamer dat verzoeker reeds meerdere wrakingsverzoeken had ingediend zonder feitelijke onderbouwing, wat leidde tot onredelijke vertraging van de procedure. Daarom werd een wrakingsverbod opgelegd, waarmee een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2023 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek ongegrond verklaard en wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van recht.