ECLI:NL:RBDHA:2023:16010
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in civiele procedure VvE
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele procedure tussen haar en de VvE betreffende een adres. Zij stelde dat de rechter bevooroordeeld was, haar minder spreektijd gaf, haar broer niet mocht spreken, en dat de rechter zich racistisch had uitgelaten. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en constateerde dat de eerste twee gronden te laat waren ingediend en dat de vermeende racistisch uitlating niet was bewezen.
De klachten over de wijze van procesregie en bejegening werden niet als bijzondere omstandigheden aangemerkt die de onpartijdigheid van de rechter aantasten. De subjectieve beleving van verzoekster dat zij zich niet gehoord voelde, werd niet ondersteund door objectieve feiten. Het proces-verbaal werd als een zakelijke weergave van de zitting beoordeeld.
De wrakingskamer verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk voor een deel van het verzoek en wees het overige af. De hoofdprocedure werd voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen; de hoofdprocedure wordt voortgezet.