Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker 2], verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de besluiten van 8 augustus 2023, waarin de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling heeft genomen. De reden hiervoor was dat Oostenrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 22 augustus 2023 samen met andere zaken met vergelijkbare inhoud. Tijdens de zitting werden partijen vertegenwoordigd door hun gemachtigden.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan over de hoofdberoepen in de gerelateerde zaken en concludeerde dat een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is in het openbaar gedaan op 24 augustus 2023.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-behandeling van de asielaanvragen is afgewezen.