ECLI:NL:RBDHA:2023:16019

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 oktober 2023
Publicatiedatum
24 oktober 2023
Zaaknummer
23/488
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 172a Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gebiedsverbod wegens ernstige verstoring openbare orde door drugshandel in Katwijk

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een gebiedsverbod dat de burgemeester van Katwijk had opgelegd wegens ernstige verstoring van de openbare orde door drugshandel. Eiser was op 2 maart 2022 aangehouden met gripzakjes cocaïne en heroïne en een telefoon die gebruikt werd voor drugshandel. De burgemeester legde op grond van artikel 172a van de Gemeentewet een gebiedsverbod van drie maanden op.

Eiser stelde dat het verbod onterecht en onevenredig was, omdat het slechts een incident betrof en hij hierdoor sociale contacten en werkactiviteiten niet kon uitvoeren. De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk procesbelang had, ondanks dat het verbod inmiddels was verstreken, vanwege mogelijke reputatieschade en gemaakte kosten.

De rechtbank stelde vast dat de feiten van drugshandel onbetwist waren en dat de handel deel uitmaakte van georganiseerde criminaliteit, waardoor de burgemeester terecht vreesde voor verdere verstoring van de openbare orde. De belangen van de veiligheid en het woon- en leefklimaat wogen zwaarder dan de door eiser aangevoerde belangen.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en liet het gebiedsverbod in stand. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht werd niet in rekening gebracht.

Uitkomst: Het beroep tegen het gebiedsverbod wegens drugshandel wordt ongegrond verklaard en het verbod blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/488

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2023 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. L. Windhorst),
en

de burgemeester van Katwijk, verweerder

(gemachtigde: N. Aanhane)

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de oplegging van een gebiedsverbod in de gemeente Katwijk voor de duur van drie maanden.
1.1.
Bij het primaire besluit van 10 augustus 2022 is het gebiedsverbod opgelegd.
1.2.
Met het bestreden besluit van 13 december 2022 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de oplegging van het gebiedsverbod gebleven.
1.3.
Eiser heeft beroep ingesteld.
1.4.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 4 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde waren niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is op 2 maart 2022 door politieambtenaren aangehouden in de gemeente Katwijk. Hij was in het bezit van gripzakjes gevuld met hoeveelheden van de harddrugs cocaïne en heroïne, met een totaal gewicht van 5,5 gram. Tevens werd een mobiele telefoon aangetroffen waarop na inbeslagname meerdere oproepen werden ontvangen, waaronder een oproep van een persoon die aan de handel in cocaïne refereerde. Deze bevindingen zijn vastgelegd in een ambtsedig opgemaakte bestuurlijke rapportage.
3. Verweerder heeft geoordeeld dat eiser de openbare orde ernstig heeft verstoord. De verkoop van harddrugs is een misdrijf dat een risico vormt voor het woon- en leefklimaat, voor de veiligheid en voor kinderen in de omgeving. Daarnaast is het een ondermijnende vorm van criminaliteit die de rechtsstaat verzwakt en mensenlevens ontwricht. Verweerder heeft daarom toepassing gegeven aan artikel 172a, eerste lid onderdeel a van de Gemeentewet en het eiser verboden zich gedurende drie maanden te bevinden in een gebied in de gemeente Katwijk. De grenzen van het gebied zijn weergegeven op een bij het bestreden besluit gevoegde plattegrond.
4. Het gebiedsverbod is door tijdverloop inmiddels niet langer van kracht.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser vindt het gebiedsverbod onterecht en onevenredig. Hij was door het verbod niet in staat om activiteiten in Katwijk te verrichten, zoals het onderhouden van sociale contacten en solliciteren naar werk. Hij heeft zich niet stelselmatig met drugshandel bezig gehouden. De verkoop waarvoor hij is aangehouden was een incident.
Wat vindt de rechtbank over het beroep?
6. De rechtbank ziet reden om stil te staan bij het procesbelang van eiser, nu de werkingsduur van het gebiedsverbod is verstreken. De rechtbank is van oordeel dat eiser procesbelang heeft. Het is aannemelijk dat de oplegging van een gebiedsverbod schadelijk kan zijn voor de naam van eiser, waardoor het opkomen daartegen meer dan alleen een principieel belang dient. Daarnaast heeft hij in de bezwaarprocedure bijstand gekregen van een rechtskundige, waarvan eiser de kosten kennelijk vergoed wil hebben.
7. Op grond van artikel 172a, eerste lid onder a van de Gemeentewet kan de burgemeester aan een persoon die de openbare orde ernstig heeft verstoord, bij ernstige vrees voor verdere verstoring een bevel geven zich gedurende een periode niet te bevinden in bepaalde delen van de gemeente.
8. Niet ter discussie staat de feitelijke vaststelling in de bestuurlijke rapportage, dat eiser harddrugs heeft verkocht in de openbare ruimte binnen de gemeente Katwijk. Hij deed dit op een locatie die volgens medewerkers van de politie-eenheid Den Haag bekend staat als een handelslocatie voor verdovende middelen. Uit het politieverhoor is door de rapporteur van de politie geconcludeerd dat eiser zich bezighoudt met de handel in verdovende middelen. Eiser was op het moment van zijn aanhouding in het bezit van een telefoon die klaarblijkelijk werd gebruikt voor het doorgeven van praktische informatie over de handel in harddrugs. Hiermee is een ernstige verstoring van de openbare orde gegeven. Tevens is voldoende aannemelijk dat de verkoop van harddrugs deel uitmaakte van georganiseerde drugshandel. Zijn betrokkenheid kan dan ook niet als een losstaand incident worden beschouwd. In het licht hiervan en gelet op de aanzuigende werking die het dealen heeft op gebruikers en andere dealers, mocht verweerder ernstig vrezen voor verdere verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van eiser in de gemeente. Verweerder was dan ook bevoegd tot oplegging van het gebiedsverbod.
9. Voor wat betreft de evenredigheid van het gebiedsverbod, merkt de rechtbank op dat eiser niet in het betreffende gebied woont. Verder is niet aannemelijk dat eiser zwaarwegende belangen had om tijdens de duur van het verbod toegang tot het gebied te behouden. Van belangrijke sociale contacten of inspanningen op de arbeidsmarkt in het gebied is niet gebleken. Eiser heeft deze belangen ook niet geloofwaardig toegelicht. Terecht heeft verweerder het belang van de veiligheid van de omgeving, het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde zwaarder laten wegen.

Conclusie en gevolgen

10. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding. De rechtbank brengt geen griffierecht in rekening.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. D.C. van Genderen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.