ECLI:NL:RBDHA:2023:16082
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ongedaanmaking plaatsing op GVM-lijst en AIT
Eiser, gedetineerd sinds juni 2023 in PI [locatie], vordert ongedaanmaking van zijn plaatsing op de Afdeling Intensief Toezicht (AIT) en wijziging van zijn GVM-status van 'hoog' naar 'verhoogd'. Hij betwist de onderliggende vermoedens van voortgezet crimineel handelen en ongeoorloofde contacten. De rechtbank oordeelt dat de plaatsing op de AIT niet door haar kan worden beoordeeld omdat dit besluit onder de RSJ valt, waar eiser al gebruik van heeft gemaakt zonder succes. Daarom wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in dit onderdeel van zijn vordering.
Ten aanzien van de GVM-status toetst de rechtbank marginaal en concludeert dat het Operationeel Overleg (OO) voldoende gronden had om eiser in de categorie 'hoog' te plaatsen. Dit is gebaseerd op meerdere rapportages en verslagen waaruit blijkt dat eiser plannen zou hebben opgevat om zijn ex-partner te laten vermoorden, contacten onderhoudt met handlangers, en zich schuldig maakt aan voortgezet crimineel handelen vanuit detentie. Ook het overtreden van belregels en het zonder toestemming onderhouden van contact met de media ondersteunen deze conclusie.
De rechtbank wijst de vordering tot wijziging of verwijdering van de GVM-status af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de veiligheidsrisico's en gedragingen van eiser een rechtvaardiging vormen voor de strenge maatregelen binnen de penitentiaire inrichting.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verwijdering van de AIT-plaatsing af wegens niet-ontvankelijkheid en de vordering tot wijziging van de GVM-status wordt afgewezen.