Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 7 juli 2023 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag van verzoeker heeft afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker had beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd verzocht om opschorting van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit totdat op het beroep zou zijn beslist. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag heeft beslist op het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is beslist.