ECLI:NL:RBDHA:2023:16141

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 oktober 2023
Publicatiedatum
26 oktober 2023
Zaaknummer
AWB23/6300
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verlenging gecombineerde vergunning verblijf en arbeid

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 27 oktober 2023 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker had via zijn werkgever een aanvraag ingediend voor verlenging van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 30 september 2022 werd afgewezen. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing werd eveneens door de staatssecretaris verworpen in een besluit van 16 mei 2023.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 26 september 2023, waarbij zowel verzoeker, zijn gemachtigde, de gemachtigde van de staatssecretaris als de referent aanwezig waren. Op dezelfde dag als deze uitspraak, 27 oktober 2023, deed de rechtbank uitspraak in het hoofdberoep (zaaknummer AWB 23/6299).

Omdat de rechtbank inmiddels een inhoudelijke beslissing op het beroep heeft gegeven, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/6300

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 oktober 2023 in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. B. van Dijk),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. M.P. Gaal - de Groot).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
De staatssecretaris heeft de aanvraag, die ten behoeve van verzoeker is ingediend door zijn werkgever, [referent] (de referent) om verlenging van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid met het besluit van 30 september 2022 afgewezen.
1.2
Met het bestreden besluit van 16 mei 2023 op het bezwaar van verzoeker is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven (het beroep hiertegen heeft zaaknummer AWB 23/6299).
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en zijn gemachtigde en de gemachtigde van de staatssecretaris. Ook is de referent verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 23/6299, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.