Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
16 februari 2023
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering, welke aanvankelijk werd afgewezen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na bezwaar wijzigde het UWV dit besluit en kende een uitkering toe op basis van 42,42% arbeidsongeschiktheid. Eiser betwistte deze beoordeling en voerde aan dat zijn beperkingen waren onderschat, mede door het ontbreken van informatie van zijn fysiotherapeut en onvoldoende rekening houden met zijn medische situatie.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht, waarbij de verzekeringsarts B&B alle klachten en medische informatie, inclusief de door eiser overgelegde fysiotherapeutische brieven, had betrokken. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat relevante aspecten waren gemist en dat de medische belastbaarheid overtuigend was vastgesteld.
Eiser kon zijn stellingen niet onderbouwen met nieuwe medische gegevens en de rechtbank benadrukte dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid gebaseerd is op objectief medisch onderbouwde beperkingen, niet op subjectieve klachten. De arbeidsdeskundige B&B had berekend dat eiser met de vastgestelde beperkingen 57,58% van zijn oorspronkelijke loon kon verdienen.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht een WIA-uitkering heeft toegekend en verklaarde het beroep van eiser ongegrond. Hierdoor worden de proceskosten niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter R.J. van Lochem op 26 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van een WIA-uitkering van 42,42% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.