ECLI:NL:RBDHA:2023:16168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar in Libië
Eiser, met de nationaliteiten Soedanese en Libische, verzocht op 9 november 2021 om een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees dit verzoek op 5 september 2023 af als kennelijk ongegrond, met een inreisverbod van twee jaar en de verplichting Nederland te verlaten.
Eiser baseerde zijn asielverzoek op het vermeende gevaar vanwege de werkzaamheden van zijn moeder voor het regime van Qadhafi in Libië. De staatssecretaris achtte de identiteit en het verleden van de moeder geloofwaardig, maar vond onvoldoende bewijs dat eiser een reëel risico liep op vervolging of ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom het beroep ongegrond was, met name omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn moeder een hoge functie bekleedde of dat hij zelf door familiebanden gevaar liep. Ook de aangevoerde documenten en nieuwsberichten boden onvoldoende steun.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser bij de aanvraag onjuiste informatie had verstrekt en de staatssecretaris had misleid, wat de afwijzing als kennelijk ongegrond rechtvaardigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.