ECLI:NL:RBDHA:2023:16190
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens misbruik van recht en niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een procedure over een verzet tegen heffing van griffierecht. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid omdat de rechter weigerde een proces-verbaal van de zitting op te maken en vanwege een vermeende kennissenrelatie tussen de rechter en de griffier.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek grotendeels niet-ontvankelijk is wegens te late indiening van de wrakingsgrond omtrent de kennissenrelatie en het ontbreken van een redelijke verklaring voor het tijdsverloop. Het verzoek om een proces-verbaal te verkrijgen wordt afgewezen omdat dit een procedurele beslissing betreft die geen grond voor wraking vormt.
Daarnaast is er sprake van misbruik van recht doordat verzoeker meerdere wrakingsverzoeken heeft ingediend met het doel de voortgang van de procedure te frustreren. Daarom zal een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling worden genomen.
De wrakingskamer besluit verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren voor het deel van de wrakingsgrond over de kennissenrelatie, het overige wrakingsverzoek af te wijzen, en de hoofdprocedure voort te zetten in de stand van het wrakingsverzoek. De beslissing is openbaar en onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en misbruik van recht; de hoofdprocedure wordt voortgezet.