ECLI:NL:RBDHA:2023:16262
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 20 oktober 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, stelde dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat hij meer dan drie maanden buiten de EU verbleef, namelijk in Turkije, waardoor Oostenrijk niet langer verantwoordelijk zou zijn.
De rechtbank overwoog dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat hij het Dublingebied langer dan drie maanden heeft verlaten. De door eiser overgelegde bewijsmiddelen, een video op een USB-stick en een niet-vertaalde huurovereenkomst, waren onvoldoende om dit te onderbouwen. Verweerder had Oostenrijk geïnformeerd over de stelling van eiser, maar Oostenrijk accepteerde het terugnameverzoek.
Eiser stelde ook dat bijzondere individuele omstandigheden, zoals familieleden in Nederland, een discretionaire bevoegdheid van verweerder tot het aan zich trekken van de zaak rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden niet zodanig waren dat verweerder deze bevoegdheid had moeten uitoefenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vordering af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak bevestigt het belang van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de strikte toepassing van de Dublinverordening in asielprocedures.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.