Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres], eiseres
Procesverloop
Overwegingen
.De termijn om te beslissen op haar aanvraag was daarom nog niet verstreken toen zij de ingebrekestelling op
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 28 augustus 2022. Zij stuurde op 27 februari 2023 een ingebrekestelling aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarna zij beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank heeft vastgesteld dat op grond van het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 van kracht is, de beslistermijn voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren op die datum, met negen maanden is verlengd. Dit besluit is ook van toepassing op aanvragen ingediend vóór 1 januari 2023, waaronder die van eiseres valt. Hierdoor liep de beslistermijn in haar zaak door tot 28 november 2023.
Omdat de ingebrekestelling van eiseres op 27 februari 2023 werd ingediend, voordat de verlengde beslistermijn was verstreken, was deze prematuur. De rechtbank oordeelt dat hierdoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting behandeld. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier O.G. Hulsman en op 25 juli 2023 in het openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.